Buikvet verliezen, dan moet je buikspieroefeningen doen.

Dat is hoe velen onder ons denken om af te komen van dat akelige buikvet. Ik vroeg mij altijd af hoe velen zo kunnen denken, en waardoor ze geïnspireerd zijn om deze theorie, of misschien wel beter deze misvatting, als waarheid te zien. Het is misschien ergens ook wel voor de hand liggend als ik mij zou moeten verplaatsen in de deze gedachte. Je eet, je eten komt in de buik, je buik wordt dikker dus laten wij daar nu activiteit creëren waardoor we daar ook weer vet gaan verbranden. Of die eindeloze teleshop succesverhalen. Ooit bij nagedacht wat die mensen, of beter modellen, doen om zo’n strakke buik te krijgen? Nee, dat zit hem niet in dat geweldige apparaat. Alle onderzoeken wijzen er tot nu toe op dat lokaal afvallen, in dit geval buikvet, niet kan. Het enige wat tot nu toe aangetoond is, is dat we door activatie van buikspieren de doorbloeding en de verhoging van de temperatuur rondom de buikstreek, de afvoer van afvalstoffen en dus ook vetten kunnen verhogen. Maar helaas is deze winst voor al die inspanning miniem. De enige motivatie voor de gemiddelde sporter om aan buikspiertraining, of beter corestability workouts, deel te nemen is vanuit het herstellen van rugklachten, preventief werken aan een gezonde rug of specifiek voor sporters die hier maximaal rendement uit halen bij hun specifieke sportprestaties. Voor het verliezen van buikvet moet je simpelweg een negatieve energiebalans creëren, wat inhoudt dat je gewoon meer moet verbranden (lees flink bewegen) dan dat je inneemt, of minder innemen dan dat je in werkelijkheid nodig hebt. Uiteraard zijn daarbij de verhoudingen in eiwitten, koolhydraten en vetten bepalend in om gezond en duurzaam je vetpercentage te kunnen verlagen.

 

Geschreven door Frank van Amersfoort, Personal Trainer bij The Chariot Eibergen