Te dikke mensen hebben echt te veel gegeten. Maar of het helemaal hun eigen schuld is, dat is nog maar de vraag. Bestaat er zoiets als een aanleg voor dik worden ? Een duidelijk antwoord is er nog niet, maar de geleerden komen wel telkens een stapje dichterbij de waarheid.

Het onwillekeurig zenuwstelsel –  dat hartslag, bloeddruk en spijsvertering regelt –  werkt trager bij mensen die te dik zijn. Maar het is de vraag of die trage werking de oorzaak of het gevolg van het overgewicht is. Een trage verbranding van voedingsstoffen kan veroorzaakt worden door een trage schildklierwerking. Het schildklierhormoon heeft een stimulerende werking op de verbranding. Vandaar dat mensen met een te hoge schildklierwerking mager zijn. Een te trage schildklierwerking komt tegenwoordig bij oudere mensen veel vaker voor dan vroeger. Waarom is niet bekend. Het verdient dus aanbeveling om bij overgewicht de schildklierfunctie te laten onderzoeken.

Wie in de jeugd te dik is geweest, heeft ook op oudere leeftijd de neiging om dik te worden. Het heeft waarschijnlijk met het aantal vetcellen te maken, maar dat is een onbewezen theorie. Het is ook mogelijk dat men eetgewoonten al heel vroeg aanleert en uiterst moeilijk weer afleert.

Het onwillekeurig zenuwstelsel beïnvloedt de verbranding. In tijden van rust worden koolhydraten omgezet in vetten die opgeslagen kunnen worden. In tijden van activiteit gebeurt het omgekeerde. Vet wordt uit de reserve gehaald en omgezet in koolhydraat zodat het verbrand kan worden. De stof in het bloed die voor een sterkere verbranding zorgt is de adrenaline, gevormd door de bijnieren.

Als er plotseling gevaar dreigt, of het lichaam moet plotseling tot hevige actie overgaan, wordt er veel adrenaline in omloop gebracht. Daardoor worden alle lichaamsprocessen die met activiteit verbonden zijn ineens in een hogere versnelling gebracht. De verbranding neemt dan toe. Van dikke mensen is bekend dat zij trager reageren op plotselinge activiteit. Er wordt minder adrenaline gevormd en de verbranding verloopt trager .

De bouw van de mens

De mens is gebouwd op een onregelmatig leven. In tijden van overvloed legt het lichaam reservevoorraden aan in de vorm van vet. In de magere jaren wordt dat vet weer verbrand. Tegenwoordig hebben we dagelijks te eten. Het systeem van reservevoorraden dreigt zich tegen ons te keren. Daarom moeten activiteit en voedselopname met elkaar in evenwicht blijven. Het is bekend dat van een maaltijd die voor het slapengaan gegeten wordt een groter deel in vet wordt omgezet dan van een maaltijd die voor het werk gegeten wordt.

Bij een onderzoek kregen twee groepen proefpersonen allemaal slechts een maaltijd van 2500 Kcal. per dag, dat is ongeveer 10,6 MI (Megajoule). Dat is in principe iets meer dan strikt noodzakelijk is. Maar de ene groep moest aan het begin van de dag eten en de tweede groep aan het einde van de werkdag. Tot ieders verbazing vielen mensen uit de eerste groep af en de deelnemers aan groep twee kwamen aan!

De energiebehoefte is in de puberteit het grootst. In die tijd groeit het kind extra sterk, in het lichaam vinden allerlei veranderingen plaats en vaak is de activiteit door school, sport en spel groot. Het is moeilijk om exacte aantallen te geven, omdat de energiebehoefte sterk afhangt van het activiteitenpatroon. Dat geldt het sterkst voor volwassenen. Een stevige bouwvakker verstookt aanzienlijk meer dan iemand met een rustige kantoorbaan. Wie de onwaarschijnlijke hoeveelheden voedsel heeft gezien die wielrenners tijdens de Tour de France dagelijks naar binnen werken begrijpt niet goed hoe ze zo mager kunnen blijven.

Afvallen

Het afvallen begint met een ander en nieuw evenwicht tussen voedselopname en voedselverbranding. Er moet meer verbrand worden en minder opgenomen. Hoe geleidelijker men afvalt, des te langer houdt het effect stand. Dat betekent: wie met vasten snel een paar kilo verliest is na de eerste paar maaltijden weer op zijn of haar oude gewicht. Het lichaam streeft naar evenwicht en het duurt een tijdje voor het zich op een ander gewicht heeft ingesteld.

Hieronder volgen enige adviezen over gezonde voeding, opgesteld door de VES-diëtiste:

Richtlijnen:

  • Sla geen maaltijden over, ook niet het ontbijt, maar eet regelmatig over de dag verdeeld.
  • Eet altijd op vaste tijden en op een vaste plaats.
  • Geniet van het eten. Eet langzaam, met kleine hapjes en kauw goed.
  • Zorg voor een gevarieerde voeding met behulp van de maaltijdschijf. Zo krijgt u alle benodigde voedingsstoffen, mineralen en vitaminen binnen.
  • Gebruik bij voorkeur producten met veel vezels, zoals volkoren, groente, fruit en peulvruchten. Dat bevordert de stoelgang en zorgt er bovendien voor dat u minder snel honger krijgt.
  • Gebruik vetrijke producten met mate. Dus minder koek, gebak, snacks, chocolade, volvette kaas, vet vlees en volle melk.
  • Wees matig met suiker en suikerrijke producten. Let daarbij ook op snoep, koek, gebak en frisdrank. Fruit is gezond, maar bevat veel suiker. Neem daarom per dag maximaal 2 stuks fruit.
  • Wees matig met alcohol. Als u alcohol drinkt, beperk dat dan tot 2 glazen per dag.
  • Zorg voor voldoende vocht. Vocht heeft in het lichaam de functie om afvalstoffen te transporteren. Tijdens training moeten afvalstoffen en de resten van het vetweefsel worden afgevoerd. Minimaal per dag 1 tot 1½ liter vocht.
  • Gebruik per dag 3 melkproducten in verband met de kalk die voor ons bottenstelsel belangrijk is.
  • Maak groenten niet af met boter.
  • 100 Gram vlees bij de maaltijd is voldoende. Vlees blijft een vet product, ook al is het mager vlees.
  • Maak de jus af met ruim water en neem jus onder uit de kan. Daar zit het minste vet.

Afvallen is een combinatie van meer bewegen en gezonder eten!
Afvallen kan iedereen! De VES-cursus sportief afslanken is een uitstekend hulpmiddel. De cursus duurt 8 tot 10 weken en naast verschillende bewegingsvormen wordt er aandacht besteed aan een verantwoord voedingspatroon onder leiding van een diëtiste. Meestal is er ook een arts aan de cursus verbonden. Informeer bij het VES-centrum bij u in de buurt!